Ellen Ten Damme - Ballade Van De Alt
Er was eens een meisje, woonachtig in Smilde
Dat heel de dag sloofde en aardappels schilde
Terwijl ze het liefst bij de opera wilde
De plek waar je stemgeluid schittert en schalmt
Maar ja, ze moest poetsen en vaatdoeken wringen
En kinderen baren en meer van die dingen
Maar Gerdie, zo heette ze, liep dan te zingen
En trainde aldus haar warmbloedige alt
En toen op een dag, ze zong net iets van Verdi,
Was daar heel toevallig een operaster die
Haar hoorde, hij zei heel beslist tegen Gerdie:
"Jij moet naar het conservatorium, schat!"
Ze had wel die droom, maar nog nooit die ambitie gehad,
Want ze dacht: "Dat is niet mijn positie."
Toch deed ze schoorvoetend, maar glansrijk auditie
Ze wilden haar hebben, ze ging naar de stad
Ze bleek een natuurtalent, allemaal tienen
En liet met haar arias iedereen grienen
En dacht dat ze nu wel de kost kon verdienen als alt
Ze was toch een ster in de dop?
Maar God allemachtig, dat viel nogal tegen
Ze moest in haar rollen wéér poetsen en vegen
Terwijl de sopraan wél de plek had gekregen
Waar Gerdie van droomde, die stond aan de top
Sopranen, zag Gerdie, zijn dé zangeressen
En ook de tenor boekt voortdurend successen
Maar ben je een alt, word je hoogstens maitresse
En sowieso speelt de vrouw tweede viool Want iedere opera sleurt het tenoortje
Heldhaftig, sopraantjes dwars door het decortje
En dansen dan in met een lied en een woordje
De man krijgt zijn zin, hij is held en idool
Zo kwam het dat Gerdie nog amper plezier had
En toen ook Rossini haar weer eens tot hier zat
Liep zij naar het scheermes toe dat de barbier had
En maakt hem dat handig afhandig van hem
Ze ging ermee naar de sopraan die hoog gilde: "Hoe-hoe-hoe-hoe-hoooeee AARHHRH!"
Maar één ferme snee en de diva verstilde
Waarna Gerdie ook de tenor zingend vilde
Met letterlijk nu haar warmbloedige stem
Toen zweeg het orkest en het koor keek gespannen
Naar Gerdie en vreesden, vooral alle mannen
Dat zij nog veel verder zou gaan met haar plannen
Maar Gerdie zong enkel: "Nú is het míjn tijd!"
Het eind van het liedje is, moet u wel weten,
Dat zij voor haar daad in de cel werd gesmeten
Maar ook toen ze water en brood kreeg te eten
Was Gerdie gelukkig, ze voelde geen spijt
Want zelfs nu ze achter de tralies haar nachten
En dagen moest slijten, had zij in gedachten
De vrijheid hervonden, ze zong en ze lachte:
"Ik heb de regie weer, mij krijgen ze niet!"
Want nu de moraal die eenieder moet horen
Wanneer je een rol hebt die niet kan bekoren
Als operaschrijvers je stem willen smoren
Onthoofd de sopranen, dan slacht de tenoren
En schrijf dan verdomme jezelf in het lied!
Dat heel de dag sloofde en aardappels schilde
Terwijl ze het liefst bij de opera wilde
De plek waar je stemgeluid schittert en schalmt
Maar ja, ze moest poetsen en vaatdoeken wringen
En kinderen baren en meer van die dingen
Maar Gerdie, zo heette ze, liep dan te zingen
En trainde aldus haar warmbloedige alt
En toen op een dag, ze zong net iets van Verdi,
Was daar heel toevallig een operaster die
Haar hoorde, hij zei heel beslist tegen Gerdie:
"Jij moet naar het conservatorium, schat!"
Ze had wel die droom, maar nog nooit die ambitie gehad,
Want ze dacht: "Dat is niet mijn positie."
Toch deed ze schoorvoetend, maar glansrijk auditie
Ze wilden haar hebben, ze ging naar de stad
Ze bleek een natuurtalent, allemaal tienen
En liet met haar arias iedereen grienen
En dacht dat ze nu wel de kost kon verdienen als alt
Ze was toch een ster in de dop?
Maar God allemachtig, dat viel nogal tegen
Ze moest in haar rollen wéér poetsen en vegen
Terwijl de sopraan wél de plek had gekregen
Waar Gerdie van droomde, die stond aan de top
Sopranen, zag Gerdie, zijn dé zangeressen
En ook de tenor boekt voortdurend successen
Maar ben je een alt, word je hoogstens maitresse
En sowieso speelt de vrouw tweede viool Want iedere opera sleurt het tenoortje
Heldhaftig, sopraantjes dwars door het decortje
En dansen dan in met een lied en een woordje
De man krijgt zijn zin, hij is held en idool
Zo kwam het dat Gerdie nog amper plezier had
En toen ook Rossini haar weer eens tot hier zat
Liep zij naar het scheermes toe dat de barbier had
En maakt hem dat handig afhandig van hem
Ze ging ermee naar de sopraan die hoog gilde: "Hoe-hoe-hoe-hoe-hoooeee AARHHRH!"
Maar één ferme snee en de diva verstilde
Waarna Gerdie ook de tenor zingend vilde
Met letterlijk nu haar warmbloedige stem
Toen zweeg het orkest en het koor keek gespannen
Naar Gerdie en vreesden, vooral alle mannen
Dat zij nog veel verder zou gaan met haar plannen
Maar Gerdie zong enkel: "Nú is het míjn tijd!"
Het eind van het liedje is, moet u wel weten,
Dat zij voor haar daad in de cel werd gesmeten
Maar ook toen ze water en brood kreeg te eten
Was Gerdie gelukkig, ze voelde geen spijt
Want zelfs nu ze achter de tralies haar nachten
En dagen moest slijten, had zij in gedachten
De vrijheid hervonden, ze zong en ze lachte:
"Ik heb de regie weer, mij krijgen ze niet!"
Want nu de moraal die eenieder moet horen
Wanneer je een rol hebt die niet kan bekoren
Als operaschrijvers je stem willen smoren
Onthoofd de sopranen, dan slacht de tenoren
En schrijf dan verdomme jezelf in het lied!
Songteksten.net heeft toestemming van Stichting FEMU om deze songtekst te tonen.
De songteksten mogen niet anders dan voor privedoeleinden gebruikt worden, iedere andere verspreiding van de songteksten is niet toegestaan.